Loog Maria Mosterd?

januari 6, 2010

Een tijdje terug maakte ik op dit weblog melding van een indrukwekkend boek.

Echte mannen eten geen kaas van Maria Mosterd.

In dat boek verhaalt een jonge vrouw uitgebreid over haar ervaringen als slachtoffer van een loverboy. Jarenlang misbruik en dan nog van de ergste soort ook. Terwijl haar moeder dacht dat Maria op school zat, speelde ze de hoer in een grote stad.

Ze ging nauwelijks meer naar school en was volledig onder controle van haar loverboy.

Uiteindelijk werd ze zelfs de spil in een grote criminele organisatie die actief was in de drugs-, wapen-, en vrouwenhandel.

Vorig jaar kwam de eerste kritiek los op het boek. De verhalen zouden bedacht zijn. Te heftig om waar te zijn. En waarom deed Maria eigenlijk geen aangifte?

Vandaag werd duidelijk dat de school waar Maria op zat, van de rechter geen cent schadevergoeding aan haar hoeft te betalen.

Daar had ze wel om gevraagd. Ze wilde 50.000 euro omdat de school beter op haar had moeten letten.

In het vonnis staat iets opmerkelijks. Uit de administratie van de school blijkt dat Maria het eerste jaar (waarin ze naar eigen zeggen door de loverboy werd geschaakt) welgeteld nul uur ongeoorloofd afwezig was. In het tweede jaar maar elf uur en in het derde jaar niet buitenproportioneel vaak.

Verder is deze zin nog te lezen: de leerlinge is in de loop van de rechtbankprocedure teruggekomen op haar stelling dat zij vanaf de eerste dag door de loverboy uit de klas werd gehaald.

Nu ga ik op deze plek niet beweren dat Maria Mosterd heeft gelogen.

Maar het werpt wel een iets ander licht op de zaak.


Een digitale bedreiging

januari 5, 2010

 

Wat doet een journalist bij een bedreiging via het internet?

Haalt hij zijn schouders op en denkt hij: ach, ook de dorpsgek heeft internet?

Laat maar zitten? De soep zal vast niet zo heet worden opgediend?

Ik publiceer nu eenmaal over boeven en boefjes, dus ik moet het me maar aan laten leunen?

Of stapt hij naar de politie om aangifte te doen van bedreiging?

Omdat er altijd grenzen zijn en je niet altijd maar over je heen kan laten lopen? En de kans op een veroordeling aanwezig is, omdat de bedreiging immers zwart op wit te lezen staat/stond?

Op 24 februari is het zover. Dan buigt de politierechter zich over een regelrechte digitale bedreiging,  gepleegd tegen een journalist.

 

De vermeende bedreiging is gericht tegen drie misdaadjournalisten en zou gedaan zijn door de in de Verenigde Staten geboren beroepsquerulant Steven Brown.

Zo zeg je dat in de misdaadjournalistiek. Zou gedaan zijn door. Vaak gevolgd door een rechtszaak waarbij de verdachte vaak ontkent zoiets dergelijks gezegd te hebben.

Op het internet ligt dat anders. Wie eenmaal op het net iets naar voren brengt, zal daar met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid weer mee worden geconfronteerd. Bijna het ultieme bewijs.

Blijft de strafrechtelijke kant van de zaak over. Wanneer is een bedreiging eigenlijk een bedreiging?

Ten eerste moet het slachtoffer van de bedreiging weet hebben van de bedreiging. Dat is bij een weblog geen probleem.

Ten tweede moet de bedreiging naar algemeen geldende maatstaven bedreigend zijn. Ik kan wel vinden dat het woord sinasappel als bedreigend te ervaren is, maar daar zal de maatschappij anders over denken en dus een rechter ook.

Ten derde moet er een reëele kans zijn dat de bedreiger zijn dreigement waar maakt. Er moet namelijk vrees worden opgewekt.

 En dan hebben we nog de functie van journalist.

Onlangs bracht een rechter naar voren dat de bedreiging van een journalist extra zwaar zou moeten wegen. De journalistiek is van belang voor een democratische rechtstaat en de individuele journalist moet ongestoord zijn of haar gang kunnen gaan.

Maar er zit ook nog een andere kant aan de slachtoffer-rol. Moet een gedreven misdaadjournalist die zelf aanklaagt en ontmaskert ook niet een dikkere huid hebben?

En waar ligt die grens eigenlijk?

Het kan nog een interessante rechtszaak worden.


Snel recht?

januari 4, 2010

 

Justitie in Groningen introduceerde vorig jaar ineens het snelrecht.

Onverlaten die het in hun botte harses hadden gehaald rottigheid uit te halen tijdens de jaarwisseling, konden rekenen op een snelle berechting.

Ze zouden binnen twee weken voor de rechter staan. En in justitieland is dat snel. Waar mogelijk kregen verdachten in no time een acceptgiro in de bus.

Dat zou ze leren.

In 2008 arresteerde de politie 34 onverlaten. Dat zou in 2009 toch minder moeten zijn. Er was immers de afschrikwekkende werking van het snelle recht.

Afgelopen jaarwisseling arresteerde de politie 50 onverlaten.

Natuurlijk is het flauw om meteen een verband te leggen tussen deze twee cijfers. Trends vang je niet door naar twee jaartjes te kijken. Daar is veel meer voor nodig, niet in de laatste plaats een deskundige statisticus.

Toch kun je de cijfers best gebruiken om iets te zeggen over de zin en onzin van het snelrecht.

En ik zie er de zin niet van in.

Ten eerste is de rechtspraak niet gemaakt om zaken er wel even snel doorheen te jassen. Het snelrecht is speciaal voor simpele zaken opgezet, maar het is wel justitie die bepaalt wat simpel is en wat niet. En ook op het oog simpele zaken kunnen in de ogen van een rechter wel eens verdomd gecompliceerd in elkaar steken.

Dat dit geen loze woorden zijn, moge duidelijk zijn aan de hand van enkele (super)snelrechtzaken die vorig jaar en ook dit jaar al meteen weer werden aangehouden omdat de rechter het dossier simpelweg veel te mager vond. Andere zaken moesten door het Hof overgedaan worden.

Het snelrecht lijkt bedacht om aan de maatschappij te laten zien hoe groot de spierballen van justitie zijn. Kijk ons eens snel alle onverlaten voor de rechter slepen. Dat zal ze leren.

Op de een of andere manier verwachten wij dat er meteen een preventieve werking uitgaat van spierballentaal. Als we maar streng genoeg zijn. Ik heb dat altijd onzin gevonden.

Het uitgaansleven van Groningen kenmerkt zich door de aanwezigheid van een aantal pontificaal aanwezige bewakingscamera’s, al dan niet met microfoons. Ze worden zelfs keurig aangegeven door grote borden.

Het heeft onverlaten er in al die jaren niet van weerhouden elkaar toch bij gelegenheid stevig op het hoofd te timmeren.

Geloof me, ik heb aardig wat beelden van die camera’s gezien en het is geen vrolijk gezicht wat daar zo op een uitgaansavond door de straten trekt. Je hoeft maar een keer te zien hoe het hoofd van een jongen als voetbal wordt gebruikt, om je te realiseren dat bewakingscamera’s ook niet zaligmakend zijn.

Geweld – en zeker uitgaansgeweld- is voor het grootste gedeelte impulsief van aard. Je hebt een flinke slok op,  je krijgt ruzie en je timmert er op los. Camera of niet.

Knappe dronkaard die zich twee keer bedenkt omdat er zoiets bestaat als snelrecht.

Een ander door justitie naar voren gehaald punt is de snelle afwikkeling van de financiele schade. Een rechter kan immers een schadevergoeding toekennen aan een slachtoffer van geweld.

Dit zou best een voordeel kunnen zijn, ware het niet dat je als slachtoffer nog steeds afhankelijk bent van de goede wil van de dader. En van een kale kip kun je niet plukken, snelrecht of niet.

Maar zelfs als we dit aan willen nemen als een voordeel, dan nog zie ik teveel nadelen.

Snelrecht zal criminaliteit niet doen laten afnemen en het komt de kwaliteit van de rechtspraak ook niet ten goede.

Weg er mee.


Een kijkje in de pc van een ander

januari 4, 2010

 

Soms kan het best handig zijn om eens een kijkje te nemen in de computer van een ander.

Daar zijn allerlei trucjes voor.

Soms verbluffend eenvoudig en door een ieder uit te voeren.

Er zijn zelfs mensen die een gebruikte pc gewoon bij het oud vuil zetten. Alsof dan ineens de harde schijf niet meer toegankelijk is.

Maar is het eigenlijk ook strafbaar om ongegeneerd in iemands pc rond te neuzen? Al dan niet bij het vuil gezet?

Later vandaag meer.

Door onvoorziene omstandigheden ben ik genoodzaakt deze post op een later tijdstip af te maken. U hoort nog van  mij!


Meer steun voor slachtoffers

januari 2, 2010

 

Ik krijg als rechtbankverslaggever wel eens de kritiek te veel van daders ‘te houden’. Met name omdat ik meen dat de positie van slachtoffers in een rechtszaak niet te sterk moet worden.

Ik heb die kritiek nooit zo goed begrepen.

Van mij mag een slachtoffer alle mogelijke rechten hebben. Alleen niet al te veel in de daadwerkelijke rechtszaak zelf.

Ik heb dat namelijk altijd een wonderlijke constructie gevonden. De rechter doet in de regel zijn best om -vooralsnog- in de onschuld van de verdachte te geloven, terwijl het slachtoffer al erkenning krijgt voor zijn slachtofferschap. 

Maar hoe je het ook bekijkt. Niemand kan – algemeen gesproken- bezwaar hebben tegen een betere positie van het slachtoffer.   

En wat dat betreft is er heuglijk nieuws te melden. Vanaf 2011 moet het allemaal een stuk beter worden.

Ten eerste is daar eindelijk de voorschotregeling voor schadevergoedingen. Kort door de bocht: de overheid gaat de schade die slachtoffers hebben geleden alvast vooruitbetalen als de dader dit niet doet of kan doen. Met een wachttijd van acht maanden. Dat dan weer wel.

Als slachtoffer heb je vaak onvoorziene kosten. De dader heeft letterlijk (kleding bijvoorbeeld) en figuurlijk (emotioneel) iets stuk gemaakt en voor die schade kun je een vergoeding vragen bij de rechter.

Tot nu toe duurde het vaak jaren voor een slachtoffer een keer daadwerkelijk zijn centen zag. Alles afhankelijk van de financiele positie van de dader.

Dat gaat nu anders. Na acht maanden neemt de overheid de betaling over. Vooralsnog echter wel alleen bij gewelds- en zedenzaken.

De tweede maatregel is het recht op een actieve informatievoorziening.

Zo kunnen slachtoffers in 2011 -desgewenst- een telefoontje verwachten als hun dader op vrije voeten komt. Ook moet het openbaar ministerie een sepot (beslissing om niet te vervolgen) melden.

Een andere belangrijke verandering moet een al jaren voortdurende ongelijkheid opheffen. Dat zit zo.

Stel. Een oplichter verhuurt niet bestaande vakantiehuisjes aan ruim honderd mensen. De slachtoffers betalen honderden euro’s aan voorschotten om er eenmaal op de vakantiebestemming achter te komen dat de huisjes helemaal niet bestaan. Weg geld en weg vakantie.

Om de rechtszaak tegen de oplichter een beetje effectief te kunnen afhandelen, plaatst justitie een zeer groot aantal slachtoffers ad informandum op de dagvaarding van de verdachte. Ze staan weliswaar als strafbaar feit op de agenda, maar worden niet inhoudelijk behandeld.

Nadeel was altijd dat slachtoffers hierdoor ook niet in aanmerking kwamen voor het indienen van een schadevergoeding. Wat je dan kreeg,was een tribune vol slachtoffers en maar een enkeling die daadwerkelijk zijn centen kreeg. De rest moest maar een civiel traject opstarten.

Die oneerlijke gang van zaken is vanaf 2011 voorbij. Ook ad informandum kan er nu geld geeist worden.

Daarnaast zijn er nog wat andere zaken die beter worden geregeld. Zo krijgt het slachtoffer inzage in processtukken en zijn er meer mogelijkheden voor (kosteloze) juridische bijstand.

Allemaal maatregelen om het slachtoffer iets meer macht en genoegdoening te geven.

En zo lang dit buiten de rechtszaal gebeurt, kan niemand hier al te veel bezwaar tegen hebben.


Een jaar voorbij

december 30, 2009

 

Het jaar 2009 is bijna voorbij.

Tsja, wat zal ik er over zeggen?

Ik heb in dit jaar mijn weblog van 200 bezoekers per dag gestaag zien groeien naar 300 en daarna naar 500. Voor de kerstvakantie liep het zelfs op tot gemiddeld 700 per dag.

In den beginne was ik al erg blij met 5000 bezoekers per maand. Inmiddels gaat de teller rap richting de 16.000 bezoekers.

Maar cijfers zijn slechts cijfers. Ik heb me eens laten vertellen dat ze niet eens bij benadering weergeven hoe het zit. Zo maken de getallen geen enkel onderscheid tussen mensen die per ongeluk  3 seconden je site openklappen en bezoekers die met interesse je stukken lezen.

Hoe dan ook. Ergens moet ik iets goed doen, want ik heb inmiddels een stabiele plek in de top 100 van alle Nederlandse WordPress-blogs. Stabiel schommelend tussen plek 7 en 23.

Die top 100 is overigens wel een grappig lijstje. Goed te gebruiken ook als iemand met een WordPress-blog dapper beweert ‘wel 500 bezoekers per dag te hebben‘.

Met vijfhonderd bezoekers per dag sta je geheid in de top 100.  Ik zou zeggen: bekijk die ranglijst eens.

Dit weblog is nu ruim een jaar oud en telt inmiddels 329 verhalen. Ze zijn allemaal nog te lezen en ik sta nog onverkort achter de inhoud ervan.

Er wordt erg veel gereageerd op mijn verhalen en dat was vanaf het begin precies de bedoeling.

Dat zit zo.

Ik heb het hele weblog-gedoe lang afgehouden omdat ik vond dat een weblog over de rechtspraak er ongeveer zo uit zou moeten zien als het weblog van mijn collega Rob Zijlstra. Mooie én soms persoonlijke bespiegelingen over rechtszaken die niet in een ’standaard’ krantenverhaal passen.

Probleem was dat Rob dit al doet en hij doet dat verdomde goed. Ere wie ere toekomt.

Als het dus moest, dan moest het anders. Opiniërend. Prikkelend. Persoonlijk. Met hier en daar wat scherpe kantjes.

Mij viel al langer op dat er een enorm verschil zit tussen hoe ik de rechtspraak zie (en met mij advocaten en rechters en officieren van justitie) en de manier waarop ‘de reaguurder’ de rechtspraak ziet.

Dat is ook niet zo gek. Burgers krijgen van de rechtspraak slechts de fors ingedikte werkelijkheid van een krantenverhaal of radiobericht mee. Als rechtbankverslaggever zit je uur na uur te luisteren, soms naar de kleinste details. Er zijn 10.000 rechtszaken per jaar in Groningen.

Pas dan zie je de nuance. Pas dan blijkt meestal de grootste boef ook maar gewoon een mens. Echte criminelen bestaan alleen in platte Hollywood-films.

Opvallend genoeg zijn er nogal wat mensen die denken het veel beter te weten. Gek genoeg zie ik ze nooit terug op de publieke tribune. Woordridders. Geen nuance. En ik hou van de nuance.

Je kunt de nuance over proberen te brengen door het gewoon sec op te schrijven. Of je kunt mensen uitdagen en prikkelen om er zelf achter te komen. Door hier en daar wat te provoceren. Door te polariseren en door onderwerpen en invalshoeken te kiezen waarvan je weet dat ze gevoelig liggen. Tbs, pedofilie, de menselijke kant van de crimineel. De nutteloosheid van celstraffen.

En het werkt. Discussie genoeg op dit blog.

Er zijn mensen in mijn directe omgeving die zich verbazen over mijn ijver om op dit weblog mee te doen met de discussie. Voor mij is dat echter nu juist de meerwaarde van een blog.

Als ik een verhaal schrijf in de krant of een rechtszaak vertaal op de radio, krijg ik hoogstens een keer een boos telefoontje. Maar via het weblog dendert er vaak een stortvloed aan reacties binnen. Er zijn verhalen waar meer dan 300 reacties op komen. Mijn hotmail-adres begint aardig vol te lopen. 

En dat vind ik mooi.

Nog mooier is het als mensen na een discussie anders tegenover het onderwerp staan. Blijk geven van genuanceerd denken. Dan lijkt het net of je er een klein beetje toe doet.

Maar het internet is niet alleen maar begrip en discussie. Op de een of andere manier trekt je aanwezigheid op het net ook dorpsgekken en andere gestoorden aan. Mensen die zich om wat voor reden dan ook gefrustreerd voelen of niet begrepen. Mensen met te veel vrije tijd, te weinig fatsoen en een impulsieve geest.

Dit jaar moest ik de politie inschakelen en een advocaat inhuren om de grens aan te geven. Ik heb inmiddels een lijvig dossier van treurig stemmende internetacties. Honderden MB’s aan screenshots, mailcorrespondentie, opgeslagen bestanden, bedreigende JPEG’s. IP-nummers. Een compleet internet-spoor.

Er staat inmiddels een mapje op mijn computer met een kloeke verzameling internethaat. Het mapje is 430 mb groot.  

Bizar.

Maar wat moet je er mee?

Vorig jaar schreef een vrouw (de kunstenares die ooit haar depressieve kat om het leven bracht) een compleet boek over de vele haatmails die ze had ontvangen.  In het boek ontmaskerde ze de haatzaaiers. Met naam en toenaam.  

Ik vind dat een dubieuze actie.

En ga gewoon onverstoorbaar door op de ingeslagen weg. Ik schrijf over de zaken die mij overkomen, die ik hoor of die ik zie. Ik ben benieuwd waar de stijging in bezoekersaantallen stopt.

Waar is het plafond?

P.S. bijna nog vergeten, maar 2009 is ook het jaar van Twitter. Een enorm ego-dingetje, maar tevens ook erg verslavend. Ik heb inmiddels bijna 100 volgers en ik merk dat Twitter dingen in beweging zet. Zo is het bijvoorbeeld ineens mogelijk om kinderlijk eenvoudig van alles en nog wat te bespreken met de plaatsvervangend korpschef.  Bijzonder.


De digitale pedofiel

december 29, 2009

 

Stel.

Je bent een man op leeftijd en je hebt een onverzadigbare drang naar jonge jongens. Altijd al gehad ook.

Maar je bent de jongste niet meer en de disco of kroeg is al jaren geen serieuze optie.   

Gelukkig ben je nog niet te oud voor het internet. Dankzij het wereld wijde web heb je met één druk op de knop ineens toegang tot duizenden jongenskamers.

Je chat wat af en probeert tussen de regels door te achterhalen of de jongen aan de andere kant van de lijn misschien wellicht wel iets verder wil gaan dan dit. Als je beet hebt, spreek je af en je geeft je adres. Spannend.

Tot zover niets strafbaars.

Tenminste. Als je het nog dit jaar doet.

Vanaf volgend jaar komt de bovengeschetste gang van zaken in aanmerking voor art 248e van het Wetboek van Strafrecht. Ook wel grooming genaamd:

Hij die door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst een persoon van wie hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, een ontmoeting voorstelt met het oogmerk ontuchtige handelingen met die persoon te plegen of een afbeelding van een seksuele gedraging waarbij die persoon is betrokken te vervaardigen wordt, indien hij enige handeling onderneemt gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.

Er zitten nogal wat haken en ogen aan de nieuwe wet. Want op welk moment ben je strafbaar en wanneer nog net niet? En wat zijn voorbereidingshandelingen precies? En hoe gaat de politie dit allemaal aanpakken en controleren?

De wet zal zich de komende jaren in de rechtszaal moeten bewijzen, maar ik denk dat er op korte termijn maar heel weinig verdachten voor de rechter zullen komen. De opsporing van de digitale pedofiel lijkt mij hiervoor te tijdrovend en te complex.

Bovendien heeft de politie in Nederland nogal wat handicaps te overwinnen. Zo is uitlokking in Nederland nog altijd verboden.

En dat is uiteindelijk maar goed ook. In Amerika bestaat een televisie-programma waarin ‘journalisten’ zich voordoen als 14-jarige chatters, om zo digitale pedofielen uit de tent te lokken. Als de pedofielen in levende lijve op het afgesproken adres verschijnen, staan ze voor gans de natie te kijk.

Ik hou niet van dergelijke praktijken. Mij lijkt het uitlokking en eigenrichting.

Wat dat betreft doen wij het hier een stuk beschaafder.


De klassieke verkrachter

december 27, 2009

 

Het einde van het jaar nadert en dus is er tijd om achterom te kijken.

Ik geloof zelf niet zo in een veranderende wereld. Er gebeurt een heleboel, maar de mens blijft verrassend gelijk en voorspelbaar.

Toch viel mij het afgelopen jaar iets op.

Ik ‘mis’ de klassieke verkrachter. De man met het mes, verscholen in de bosjes om de argeloze voorbijganger van de fiets te kunnen trekken.

Toen ik in april 2002 begon als rechtbankverslaggever kwam ik ze nog wel eens tegen in zittingszaal 14. De mannen die er bewust op uit gingen om vrouwen tot weerloze slachtoffers te maken.  Al dan niet bewapend. Echte jagers.

Maar de afgelopen jaren werd het minder en minder met de klassieke verkrachter. Vreemd.

Uiteraard heb ik justitie gevraagd naar de cijfers, maar het antwoord had ik al van twaalf kilometer afstand aan kunnen zien komen. ‘Wij houden verkrachtingen bij, niet de manier waarop het is gedaan’.

Maar ik durf ondanks een gebrek aan cijfermatige onderbouwing en een beperkt – want provinciaal – overzicht de volgende stelling wel aan.

Seksueel misbruik is meer en meer het domein geworden van kennissen onder elkaar. Van de oom die altijd zo leuk met de kinderen kon spelen en van de huisvriend die best wel kon blijven slapen na een avondje gezellig aan de borrel. 

Ik heb zelfs het idee dat verkrachtingen uberhaupt minder vaak voorkomen en worden vervangen door het geweldloos seksueel binnendringen. Een ontuchtvariant waarbij het slachtoffer zich niet verzet, om uiteenlopende redenen trouwens. Angst, macht, leeftijdsverschil.

Waarom dit allemaal zo is, ik heb geen idee. Ik ben journalist, geen wetenschapper. 

Een andere trend kan de vaste lezer van dit blog nauwelijks zijn ontgaan. Ik heb er vaker over geschreven, al was het maar omdat ik er zelf slachtoffer van werd.

Internetterreur.

Langzaam maar zeker krijgt vooral de politierechter te maken met criminaliteit op het internet. Van de bekende oplichters op Marktplaats.nl via het digitaal pesten op Hyves tot de aanbieders van niet bestaande vakantiehuizen.

En de modernste variant: de haatdragenden die het telefoonnummer van hun ex op een sekssite zetten of gewoon een heel weblog (of meer) opzetten om hun tegenstanders een hak te zetten. Altijd wel iemand op het wereldwijde web die een pertinente leugen voor waar aanneemt. Het is het asociale streven naar macht voor mensen die geen macht ervaren of jaloers zijn op de rol of functie van een ander.

Ik heb het al eerder geschreven en ik herhaal het hier nog maar eens. Het internet is een geweldig instrument. Een podium voor velen om iets aan anderen door te geven. En wat dat is, dat maakt niet uit.

Maar helaas is met de komst van honderdduizenden publicisten het debat soms ook verworden tot ordinaire en hier en daar ronduit strafbare prietpraat. Wat dat betreft heeft onze koningin een punt.

‘Wij kunnen nu spreken zonder te voorschijn te komen, zonder zelf gezien te worden, anoniem. Domweg, grofweg emoties uiten is makkelijk geworden. Op spreken zonder respect wordt niemand meer afgerekend. Niet het vreemd zijn maakt de ander agressief maar agressiviteit maakt de ander tot vreemde’.

Ik voorspel dat de rechters het er de komende tijd nog druk mee gaan krijgen.


Abonnement

december 26, 2009

 

Ik heb voor de liefhebber een handige functie toegevoegd. In de rechterkolom heeft een ieder nu de mogelijkheid om zich (helemaal gratis!) te abonneren op dit blog.

Een kwestie van het invullen van je e-mailadres en je krijgt automatisch bericht bij een nieuwe post.

Gemak dient de mens!


Kinderporno volgend jaar verboden

december 23, 2009

 

Als er mensen zijn die de behoefte voelen om nog even ongestraft naar kinderporno te kijken.

Dat kan nog tot en met 31 december.

Vanaf volgend jaar is namelijk niet alleen de productie en het bezit van kinderporno strafbaar, maar ook het bekijken ervan.

De strijd tegen kinderporno gaat in stappen. Zo was het voor 1995 bijvoorbeeld nog niet verboden om kinderporno op de eigen (thuis)computer te hebben. Slechts de productie was bij wet niet toegestaan.

Na 1995 was ook het bezit verboden, wat resulteerde in duizenden rechtszaken. Jong en oud en vanuit allerlei geledingen in de maatschappij: iedereen aan de werkstraf.

Nog niet zo lang geleden maakte justitie duidelijk de straffen voor het bezit van kinderporno te verhogen. Er zou vaker worden afgeweken van de standaard taakstraf en dan met name bij de meer gruwelijke afbeeldingen van misbruikte kinderen. Heel langzaam zien we die verharding terug in de vonnissen van de rechtbank.

En nu is er dus de wetswijziging met betrekking tot het louter kijken naar kinderporno. Op het internet. En met een maximum gevangenisstraf van vier jaar.

Ach, zult u zeggen. Raakt me niet. Ik kijk niet naar kinderporno.

Dat zou nog wel eens tegen kunnen vallen.

In theorie is het namelijk mogelijk om veroordeeld te worden voor het kijken naar naakte 18-jarigen. Voor de wet is het namelijk niet van belang om te kijken naar de exacte leeftijd van het naaktmodel.

Het gaat wettelijk om afbeeldingen van personen die kennelijk de leeftijd van 18 nog niet hebben bereikt.

Daarbij kijkt men naar uiterlijke kenmerken en niet naar de kalenderleeftijd.

U bent gewaarschuwd dus.