Kuifje in Woltersum

januari 17, 2012

 

Moet een journalist zich aan de wet houden? De regels volgen? Doen wat het almaar uitdijende voorlichterskorps hem of haar voorkauwt?

 

Of moeten de regels wijken voor het verhaal?

 

Op vrijdagmorgen 7 januari rond 05.00 vliegen een aantal journalisten in grote haast hun bed uit. De dijk bij Woltersum, een dorpje in Groningen, dreigt het te begeven. De situatie is ernstig. Zo ernstig dat achthonderd Groningers direct huis en haard moeten verlaten voor het wassende water.

De politie nodigt journalisten uit zich te melden bij de voorlichter in Ten Boer, een dorp ongeveer vier kilometer van het bedreigde Woltersum.

 

Het dorp Woltersum is al snel niet meer op een normale manier te bereiken. Op alle wegen werpt de Mobiele Eenheid barrières op. Niemand mag het gebied in. Noodverordening. Op dat moment staat collega Goos de Boer (@goosmdeboer) van RTV Noord al enige tijd op de molen van Woltersum. Midden in het verhaal. Er is een cameraman mee.

De noodverordening is een lastig juridisch vehikel. De politie van Groningen legt het in dit geval als volgt uit: bewoners van een noodgebied kunnen niet met geweld worden gedwongen te vertrekken. Maar mensen die niets in het gebied te zoeken hebben, moeten zo snel mogelijk weg. En wie niet weg wil, zal worden gearresteerd.

Ik meld mij niet bij de voorlichter. Op mijn smartphone maak ik in het Twitter-programma Tweetdeck een aantal kolommen. Waaronder een kolom ‘Woltersum’. Informatie gaat via Twitter immers razendsnel. Met Google vind ik snel een adres in het bedreigde dorp. Ik overtuig de ME’er bij de afzetting dat ik er door moet om te helpen en noem het adres. Van een notariskantoor. De agent gelooft me, maar weigert. Omdat er van de andere kant bussen aankomen met evacués. Hij helpt me echter wel aan een andere route.

Zo rij ik even later via de achterdeur het gebied in. Praat met mensen die geëmotioneerd weg proberen te komen. Boeren die hun vee aan het redden zijn. Via Twitter zie ik wie er nog meer in het gebied zitten. En wat ze doen. Contact is zo gelegd. Ik hou mijn volgers op de hoogte. Alles onder #hoogwater.

Enkele uren later dreig ik alsnog door boze ME’ers uit het gebied te worden gezet. Ik weiger. Vind dat ik mijn werk moet kunnen doen. Het maakt geen indruk. De op handen zijnde arrestatie zou echter ook mijn krantenverhaal onderuit halen. De redactie heeft nog geen letter ontvangen. Ik ga weg. Om daarna nog twee keer terug te keren. Lopend over de verlaten velden, verkleed als loonwerker. Of dwars door de wegversperring. In de achterbak van een bestelbusje van een omwonende.

Een week later loop ik een café in Ten Boer binnen. Waar op dat moment een min of meer besloten vergadering is van gedupeerde boeren. Ik meld me niet als journalist en ga in de zaal zitten. Luister een uur naar de verhalen. Via Twitter zend ik wat berichten de wereld in. Dan staat een fors uit de kluiten gewassen veetransporteur op. ,,Voor we verder gaan, wie is die man in die zwarte jas! Naam en functie graag!’ Busted. Het getik op mijn telefoon heeft me waarschijnlijk verraden. Ik zeg wie ik ben. De sfeer is meteen grimmig. Iemand wil dat ik mijn telefoon en aantekeningen inlever. ‘Als we een stukje in de krant zien, dan weet je wat deze groep met je gaat doen.’

De voorzitter van LTO-Noord sust de gemoederen. Ik verlaat het café heelhuids. Met aantekeningen. Van Twitter lijken de aanwezige boeren nog niet te hebben gehoord. Die aantekeningen waren al eerder het café uit. Later belt LTO-Noord. De voorzitter voelde zich overvallen. Maar een journalist moet zijn werk kunnen doen. No hard feelings.

Natuurlijk. Het is allemaal niet zo braaf. En je kunt best kritiek hebben op mijn journalistieke mores. Ik had moeten luisteren naar de gezagsdragers. Niet zo eigenwijs zijn. Buiten het gebied blijven. En me keurig moeten melden bij de boeren.

Maar zou ik dan ook de verhalen hebben gehoord die ik nu heb gehoord? De tweets kunnen versturen die nu rond zijn gegaan?

Ik denk het niet. Dan zou ik het hebben moeten doen met het voorgekauwde verhaal van de voorlichters. Achteraf. Met een ingestudeerd praatje van een voorzitter van een boerenbond. Niets van de emotie van het moment.

Maar ik kan natuurlijk wel van alles beweren.

Dit is wat een van mijn ‘lijdende’ onderwerpen er zelf van zei. Een vrouw die midden in alle hectiek druk bezig was met het redden van tientallen dieren. Maar wel doodgemoedereerd tijd maakte om de verslaggever eerst een kop koffie te bezorgen:

,,Er is kritiek op de pers. Dat ze de hulpverleners met hun aanwezigheid in de weg liepen. Ik ben het daar niet mee eens. Jullie waren hier op het kritieke moment bij ons om ons verhaal te vertellen. En niet het verhaal van een ander. Achteraf.”

Donderdag ontmoette ik de man die tijdens de bijna-ramp alle overheidsdiensten aanstuurde. Waaronder de ME. Hij wist bijna per tweet wat ik de wereld in had gezonden. En hij was niet boos. Integendeel. ,,Je was stout, maar het was hilarisch. We hebben als crisisteam de informatie op Twitter met #hoogwater gevolgd. Ik was er ook bij toen een F-16 neerkwam in Sellingen. Hadden we toen maar Twitter gehad. Omwonenden twitteren locatie heel erg snel.”

Natuurlijk kun je zeggen dat instructies aan de pers niet voor niets worden gegeven. Dat er belangen zijn die boven vrije nieuwsgaring gaan. Dat dit niet klopt, ondervond Ana van Es (@anavanes), correspondent Noord bij de Volkskrant. Zij mocht eerder die week een labiele dijk in Tolbert niet op omdat ze anders de hulpverleners in de weg zou lopen. Toen zij even later alsnog door de versperring van de Mobiele Eenheid brak in een auto van een omwonende, zag ze de waarde van deze mededeling. Er was geen hulpverlener te bekennen.

Journalisten moeten op zoek naar het echte verhaal. Waar dan ook. Met de normale journalistieke regels in het achterhoofd. Niemand onnodig beschadigen. Hoor en wederhoor.

Maar als het nodig is om de regels daarvoor te negeren, dan moet dat.

Want het is prima om tijdens een noodverordening mensen te weren die niets in het noodgebied te zoeken hebben. Maar ik vind dat journalisten dat wel degelijk hebben.

Dit verhaal verscheen eerder op De Nieuwe Reporter


Pauze

januari 10, 2012

Pauze.

Omdat je cynisme kunt zien als een eigenschap.

Of als een teken dat je iets anders moet gaan doen.

Tot later.

Misschien.

 


Het babyhoofdje en de commode

december 25, 2011

Verhalen zijn nooit eenduidig. Behalve als het om slachtoffers gaat. Dan lijkt alles te wijken. Maar het kan nog erger.

Kinderen.

Van kinderen moet je afblijven. Altijd. Ze zijn weerloos. Verdienen onvoorwaardelijk onze bescherming. Mensen worden zonder uitzondering razend bij kinderleed. En daar hoef je niet eens ouder voor te zijn.

Allemaal waar. Kindermishandeling dienen we dan ook fors te bestrijden. Met zware straffen.

We gaan blind voor het belang van het kind.

Misschien wel te blind.

Test uzelf bij de volgende verhalen. Prettig leesvoer is het niet.

Op 5 juli 2006 heeft Sjon uit Leek er genoeg van. Het gekrijs van zijn pasgeboren baby Leandro gaat hem door merg en been. Het is razend druk in zijn hoofd. Veel te druk. Voor zijn gevoel moet hij zesduizend dingen tegelijk doen. Hij had al een zoon. Nu een tweeling. Alles komt op hem af.

‘Wanneer stopt het nu eens eindelijk? Wanneer krijgt hij verdomme eens een keer rust in dit kuthuis?’

Sjon is het zat. Zijn onmacht vliegt ineens zijn strot uit. Hij pakt zijn pasgeboren zoon van de commode en slaat Leandro met zijn hoofdje tegen de rand van het meubelstuk. Een beste klap. Leandro valt op de grond. Klein als hij is.

Dan pakt  hij Leandro op en legt hem in de wieg. Doet het licht uit. Alsof hij daarmee het gevaar letterlijk achter zich laat. Onzichtbaar. Leandro blijft achter in het donker. Met een schedelbasisfractuur.

Hij huilt.

Zijn vader loopt naar beneden. Gaat bij zijn vrouw zitten. En zwijgt. Leandro gaat alleen de nacht in.

Pas de volgende dag ontdekt het ziekenhuis bij een al eerder geplande controle de ernstige verwondingen van Leandro. De baby bijft in het ziekenhuis. Sjon mag met de politie mee.

Zegt u het maar.

Sjon mag nooit meer vrij? Stenigen? Aan de hoogste boom? Castreren? Al dan niet chemisch? Iets met een gloeiende pook?

De rechter dacht er anders over. Wat Sjon heeft gedaan is vreselijk. Geen discussie over mogelijk.

Maar Sjon is een bijzondere man. Zwakbegaafd. Kenmerken van ADHD, Gilles de la Tourette en PDD-Nos. Alcoholist.

En er is nog iets.

Volgens de rechtbank heeft hij niet de draagkracht om zijn leven aan te kunnen. Zijn vrouw ook zwakbegaafd. Zijn ouders hielpen hem niet. Hij stond er alleen voor. Wat hij dag in dag uit moest dragen, kon hij helemaal niet dragen. Eerst een zoontje. Toen ineens een tweeling.

De rechtbank ziet het gevaar. Legt een jaar celstraf op. En een dwangverpleging. Dit nooit meer.

Natuurlijk. Dit is een extreem voorbeeld. Een zwakbegaafde man. Met psychische problemen. Makkelijk te zien als uitzonderlijk gedrag. Het trieste resultaat van zijn onmacht is extreem, maar gelukkig incidenteel.

Nog een verhaal. Kort.

Karl heeft een baby met kinkhoest. Ze wil nauwelijks eten. Soms loopt ze blauw aan. Soms stokt ineens haar adem. Constant zorgen. Vader Karl is aan het einde. Moe, overspannen, gestrest. Als ze voor de zoveelste keer alle melk er uit gooit, knapt er iets in Karl. Hij gooit haar uit frustratie op de commode. Door de klap breekt haar armpje.

Karl is schuldig. Hij verlaat voor een jaar het jonge gezin. Omdat de hulpverlening dat beter acht.

Zeg het maar. Jaartje of drie jaar cel?

De rechter ziet het anders. Hij legt uiteindelijk geen straf op aan Karl. Een jaar bij je gezin weg is lang zat. En in de cel is het lastig geld verdienen voor je gezin. En gevaar voor herhaling is er volgens de deskundigen niet.

Twee verhalen. Met iets van een gemene deler.

Overvraging.

Incidenten. Wellicht.

Maar hoeveel ouders hebben hier stiekem ook niet mee te maken? Net iets te druk in het hoofd om alles rond te krijgen. Frustratie. Zorgen. Ziekte.  Zes dingen tegelijk moeten doen. Twaalf.

Omdat werk altijd uitdagend moet zijn. Sociale netwerken druk. Sport fanatiek. Ambitie brandend. Omdat vakanties anders dan anders dienen te zien. En de Kerst beter dan bij de buren.

Hoeveel doodnormale ouders lopen eigenlijk dag in dag uit net iets te hard op het tandvlees?

En wie zet zijn kind daarom vaker dan hem of haar lief is net even iets te hardhandig verbaal en fysiek aan de kant?


Buurjongen zonder bril

december 20, 2011

Je hoeft de krant maar open te slaan om de gevaren van tegenwoordig op een rijtje te krijgen.

Agressieve allochtonen. Dronken asielzoekers. Gewetenloze loverboys.

In de krant staat de nachtmerrie van iedere vader. Een of andere onverlaat die iets in het drankje van je dochter doet en daarna doet wat hij graag wil doen met jonge vrouwen. Of wat te denken van de vele loverboys tegenwoordig? Lezen is weten. Onschuldige meisjes die zomaar in de prostitutie worden gezet.

Alsof het niets kost. Het moet niet veel gekker worden in dit land.

Ook de ouders van Ilona (16) en Mark (17) zijn er niet altijd gerust op. Wie weet wat er allemaal in de donkere nacht kan gebeuren.

Op 18 september krijgt de nachtmerrie vorm.

Ergens rond drie uur in die nazomernacht kijkt Mark de dood in de ogen. Hij wil wel weg. Graag zelfs. Maar hij kan niet weg. Het is te laat. Veel te laat.

Zijn lijf krijgt een enorme knal en smakt tegen de koude grond van het fietspad. Uit een wond aan zijn hoofd stroomt bloed. De verwoestende pijn in zijn lijf houdt hem op de grond. Een paar meter verder ligt Ilona.

Dood.

Denkt Mark.

Als het meisje een beweging maakt, weet hij dat zijn dubbele doodsangst niet terecht was. Hij kruipt naar het meisje. Belt 112. Samen wachten ze op de ambulance.

Het lichaam van beide jongeren zal herstellen. De angst blijft nog wel even hangen.

De ouders van Mark en Ilona hebben misschien wel altijd gedacht dat het gevaar van heel ver buiten zou komen. Van een wereld die ze niet kennen. Van onbekende verdovende stoffen en brutale mannen met een verdorven cultuur.

In werkelijkheid kwam het gevaar van een buurjongen. Een dorpsgenoot. Van Carl.

Een man van 26. Met een auto zonder remmen. En een vriend zonder rijbewijs.

Zij waren die nacht aan het drinken geslagen. En op pad gegaan. Carl heeft zijn bril thuis gelaten. Hij ziet maar zestig procent van wat hij moet zien. Als het licht is en niet regent.

Het is donker en nat.

De vriend van Carl neemt in de auto nog een biertje. Lekker. Ook Carl heeft de alcohol aardig in zijn bloed zitten. Zijn vader stierf. Zijn dochtertje. En zijn vriendin verbrak onlangs de relatie. Dan wil alcohol nog wel eens verdoven.

Ergens bij een rotonde verliest Carl de controle die hij toch al nauwelijks meer had. Hij knalt over het fietspad. Frontaal op de fiets van Mark. Ilona zit achter op de fiets. Maar niet voor lang.

Carl ziet niet wat hij moet zien. En ondanks een verbrijzelde voorruit knalt hij door. Mark en Ilona voor dood achterlatend. Achttien kilometer verderop geeft hij – dronken als hij is – het stuur over aan zijn vriend. Die beseft ineens dat hij alleen een handrem heeft om de auto desgewenst tot stilstand te brengen.

De vriend stelt geen vragen. Hij stuurt door. En vlucht voor de inmiddels gealarmeerde politie. Ramt tot twee keer toe een politieauto. De agenten ontwijken door de klap nog maar net de nachtbus, die voor een drukke ingang van de disco staat te wachten.

Over geluk bij een ongeluk gesproken.

Wellicht is het veilig om het gevaar buiten de eigen leefwereld te zoeken. Omdat er dan nog iets van controle lijkt te zijn.

Veilig. Dat wel.

Maar niet waar.


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 4.482 other followers