Het succes van Onnen

februari 17, 2015

Asielzoekerscentra zijn verhit onderwerp van debat en protest. Ontheemde vluchtelingen lijken nergens echt welkom. Behalve in Onnen. Wat is het succes van dit kleine dorp onder de rook van Groningen?

Het is kwart over twee op een waterkoude dinsdag in Onnen. Het kleine dorpsschooltje braakt een grote groep voornamelijk donker gekleurde kinderen uit. Ze delen hetzelfde lot. Met hun ouders op de vlucht geslagen voor oorlogsgeweld en ellende. Op het pleintje voor het dorpshuis lopen ze breed lachend in de uitgestrekte armen van de blonde Eline Moget. Enthousiast schalt haar naam over het plein.

De 20-jarige studente uit Onnen is de belichaming van de inmiddels overal geroemde betrokkenheid van het dorp bij het asielzoekerscentrum net aan de rand van de bebouwde kom. De jonge studente zet zich belangeloos in voor de vluchtelingen in haar geboortedorp. Ze speelt in haar vrije tijd spelletjes met de kinderen op het centrum. De fysieke knuffels die ze op het schoolplein krijgt spreken boekdelen. In korte tijd heeft ze een warme band met de kinderen opgebouwd.

De jonge vrijwilligster is resoluut als het om de motivatie van Onnen zelf gaat: ,,Iedereen hier weet heel goed dat deze mensen een plekje nodig hebben. Als het niet hier is, dan wel elders. Dan kun je wel een hoop bombarie gaan maken, maar je kunt beter betrokken zijn bij deze mensen.”

Als Moget praat over haar beweegredenen, dartelen de kinderen uitgelaten om haar heen. ,,Ik vind het belangrijk om in het leven zinvol bezig te zijn. Juist deze kinderen moeten een eigen plekje hebben en dan zitten ze hier goed. Er is nauwelijks verkeer. Ze kunnen ongestoord op hun fietsje stappen zonder aangereden te worden. Na schooltijd willen ze niet eens terug naar het asielzoekerscentrum. Zo leuk vinden ze het hier. In Onnen kunnen ze weer kind zijn en dat waren ze in hun geboorteland niet meer.”

Voor de door vrolijke kinderen omringde Moget is het dankbaar werk. ,,Ik heb ook gewerkt met Nederlandse kinderen op een vakantiekamp, maar deze kinderen zijn veel dankbaarder. Ze beschouwen mij als hun grote zus en reageren iedere keer weer stralend en lachend op mijn komst.”

Op het asielzoekerscentrum zelf is de positieve dorpssfeer niet anders. Het maakt niet uit welke asielzoeker je spreekt. Bijna allemaal roemen ze het kleine dorpje waar ze gedreven door oorlog en ellende ineens noodgedwongen opdoken. De natuur is er prachtig. De mensen zijn aardig en behulpzaam. Maar bovenal: hier voelen ze zich veilig.

Lana is een van de eerste nieuwe bewoners van Onnen. Ze komt uit Syrië en vluchtte voor het gevaar dat in haar geboorteland van alle kanten komt. Ze betaalde tienduizend euro aan een mensensmokkelaar. Helaas mocht alleen zij mee voor dat bedrag. Ze lacht door haar tranen heen. ,,Iedere dag lach ik omdat ik mij hier zo veilig voel. En iedere dag huil ik omdat ik mijn zoon zo mis. Het is zo’n zachte jongen. Ik kan hem niet bereiken. Hij is helemaal alleen.”

Lana heeft het naar omstandigheden goed in Nederland. ,,Ik ben dol op dit land. Op de bomen die hier overal staan. De natuur. En de mensen hier zijn zo aardig en nieuwsgierig. Iedereen lacht en iedereen helpt ons.”

De Syrische is een romanticus. ,,Ik wil zo graag naar de prachtige molens hier. Maar toen mijn man naar Parijs ging voor zijn studie, weigerde hij naar de Eiffeltoren te gaan zonder mij. Ik zal nu op mijn beurt wachten om samen met hem naar een molen te gaan.”

Locatiemanager Henk de Lange van het asielzoekerscentrum onderstreept de woorden van zijn bewoners. ,,Ze zeggen allemaal dat de mensen in het dorp zo aardig zijn. Dat iedereen hier lacht en dat de huizen zo mooi zijn. Ze vragen zich soms wel eens af of iedereen hier miljonair is.”

Natuurlijk. Ook in het vredige Onnen ging de plotselinge komst van honderden vluchtelingen in juni 2014 niet onopgemerkt voorbij. Het inwonertal van het kleine dorpje verdubbelde in korte tijd. Een inderhaast belegde bewonersbijeenkomst in het plaatselijke kerkje werd druk bezocht. Uiteraard was er gemor. Hier en daar. De angel verdween echter uit de opborrelende onvrede toen dominee Henk Venema het woord nam. Hij maakte indruk met zijn stelling: ‘Vriendschap is de beste garantie voor veiligheid’.

Voor de dominee is het maken van contact de sleutel naar de deur van acceptatie. ,,Alles hangt af van de manier waarop je deze mensen tegemoet treedt. Als je ze wegdrukt in het centrum en je bemoeit je niet met hen, dat voldoet niet. Dan ga je problemen uit de weg en mis je een manier om contact te leggen.”

De dominee staat niet alleen. Een van de dorpelingen kreeg de zaal stil tijdens de eerste rommelige bewonersbijeenkomst. ,,Wij hebben het hier in het welvarende Onnen altijd heel goed gehad. Is dit niet een mooie kans om eens iets terug te doen voor de samenleving? Die mensen hebben na alle ontberingen een plek nodig waar ze thuis kunnen zijn.”

Die oproep was niet aan dovemansoren gericht. Beheerster Hélène Molijn van het dorpshuis organiseerde muziek- en ontmoetingsavonden. Ze heeft een simpele theorie: ,,Een dorpshuis is de plek bij uitstek om mensen bij elkaar te brengen.” Tientallen dozen vol kleding en speelgoed werden ingezameld. Vrijwilligers stelden voor om Nederlandse les te geven of dansles voor de kinderen. De al gesloten dorpsschool ging weer open om de ontheemde kinderen dagelijks les te kunnen geven. Onnen kwam in actie.

Ook burgemeester Janny Vlietstra roemt de inzet van het dorp. ,,Alle credits gaan naar de mensen in het dorp. Zij hebben zich heel gastvrij opgesteld. Er zijn allerlei avonden georganiseerd voor de vluchtelingen. Er is een bewonersoverleg speciaal voor het centrum. Als gemeente hebben wij de regie genomen en de mensen geïnformeerd. Dat scheelt. Maar ik ben bovenal erg trots op de mensen uit Onnen.”

Het valt niet mee om in Onnen een kritisch geluid te vinden. ,,Wij geloven dat problemen rond asielzoekerscentra vaak komen omdat er al onderliggende problemen waren in een dorp”, stelt Johan van Wees van Dorpsbelangen vast. ,,Dat is hier niet zo. Dit is een rustig dorp. Wat ook helpt, is de communicatie. Er zijn verschillende bijeenkomsten geweest. Mensen willen worden betrokken en die betrokkenheid is duidelijk aanwezig in Onnen.”

Iedereen mag het persoonlijk controleren. In Onnen is het tevergeefs zoeken naar boze spandoeken. Er zijn geen protestgroepen actief. Er is acceptatie en vertrouwen.

Als op zondag de kerkdienst in Onnen ten einde is, loopt een asielzoeker met een bewoner mee naar hun woning. Hij krijgt een kopje koffie aangeboden. Er wordt gesproken. Over het leven hier en het leven daar. De dominee kan tevreden zijn. Vriendschap is in Onnen een garantie voor veiligheid gebleken.

Dit verhaal verscheen op 14 februari 2015 in het Algemeen Dagblad.


Stadion vol misbruikte kinderen

juli 25, 2014

Hoeveel kinderen worden er jaarlijks eigenlijk misbruikt? Zou u schrikken als dat een heel stadion vol is?

Het is triest, maar wel waar. Seksueel misbruik is niet uit de samenleving te halen. Omdat de basis van misbruik ligt in de menselijke behoefte.

Iets anders kan ik er niet van maken. Voor de details van dit verhaal wijs ik u met liefde naar Blendle:

Klik hier voor verhaal


Betalen voor verhalen

juli 11, 2014

Het moest er eens van komen.

Na 700 gratis verhalen heb ik mijn kans gegrepen. Sinds vandaag ben ik betaald te lezen.

En wel op Blendle.

Ik vind dat werk niet gratis hoeft te zijn. Ik maak vaak werkweken van tachtig uur en met een steeds krapper wordende freelance-markt moet ik creatieve oplossingen bedenken om mijn werk nog te kunnen doen.

Natuurlijk zou ik op deze plek uitgebreid uit kunnen leggen dat freelancers met drukke werkweken erg lage uurtarieven hebben anno 2014. Dat uitgevers je stukken tegenwoordig onderling doorverkopen zonder de auteur daar voor te betalen. Om maar te zwijgen over de ritjes naar Hilversum voor een fles rode wijn.

Maar dat doe ik niet. Je moet als kleine ondernemer nooit zeuren over de omzet. Je moet er simpel keihard aan werken om een ander verdienmodel te vinden.

Dat heb ik begin dit jaar gedaan met het betaalde twitter-account @realtwitcourt en die zet heeft mij oprecht van verbazing om doen vallen. Het blijkt dat mensen wel degelijk voor online-content willen betalen. Het is geen vetpot. Maar het is heel goed te doen.

Het bescheiden succes van betaald twitteren heeft mij gesterkt in het idee dat mijn verhalen wellicht wel eens geld waard zouden kunnen zijn. En waarom niet? De kranten hebben geld over voor mijn verhalen. Waarom de individuele lezer dan niet?

De beslissing om op Blende te gaan staan heeft natuurlijk consequenties. Het wil zeggen dat het op dit blog voorlopig een stuk stiller zal worden. Dat is spijtig voor de mensen die graag meelezen, maar de harde realiteit is dat ik simpel niet heel erg lang meer gratis kan werken.

En waarom zou ik ook? Niemand werkt voor niets. Blogs van collega’s lijken gratis, maar zijn het simpel niet. Zij verdienen in vaste dienst een goed belegde boterham en zijn in de gelukkige omstandigheid om hun eigen verhalen vrij van kosten rond te pompen.

Ik kan dat niet. In ieder geval niet meer.

De tijd zal leren of deze stap een zinvolle of zinloze is. Mijn eerste verhaal op Blendle is rond de 1000 woorden en kost 28 cent. Trust me. Ik ga daar op zeker niet rijk van worden. Na aftrek van kosten zal ik er zelfs weinig aan overhouden.

Maar als het werkt, dan is het opnieuw een verdienmodel.

Ik heb voor de journalistiek gekozen omdat het een fantastisch vak is. Voor dit blogje koos ik omdat ik dolgraag verhalen schrijf.

Maar uiteindelijk moet de journalistiek het allemaal ook verdienen.


Daar zit je dan

juni 30, 2014

Je bent vandaag met hem meegekomen. Stevig aan zijn zijde. Om hem te steunen tijdens de moeilijke momenten. Samen in de auto op weg naar de rechtbank.

Vlak voor hij de rechtszaal in loopt, druk je een kus op zijn lippen. Een teken van liefde. Van onvoorwaardelijke steun. Alsof je zeggen wil: het komt wel goed. Ik ben er voor je.

Je gaat op de ongemakkelijke houten stoelen van de publieke tribune zitten. In je bloemetjeslegging. Het haar in een makkelijk knotje op je hoofd. Bril op je neus. Slechts enkele stoelen verwijderd van twee huilende meisjes. Pijnlijk dichtbij. Je kijkt ze niet aan. Zij kijken niet naar jou. Je hebt je blik kruislings gericht op de man vier meter verder. De man waar je dit jaar nog een kind van zult verwachten. Je buik is er duidelijk over. De zwelling toont onomwonden de eerste verschijnselen van een naderende baby.

Het gaat niet zo goed met je nieuwe vriend. Dat zie je ook wel. De rechters vallen hem ongenadig hard aan. Houden hem voor dat niemand het recht heeft om kinderen te misbruiken. Vragen hem op indringende wijze of de slachtoffers soms liegen over wat hen is overkomen. En of hij opgewonden raakte van de seks met veel te jonge meisjes? Of het normaal is dat stiefvaders bij meisjes van elf in bed kruipen? Hun vingers gebruiken op plaatsen waar geen stiefvader ooit dient te komen?

De officier van dienst doet er nog een schepje bovenop. Je hoort haar aan je nieuwe liefde vragen of zijn partner ook in de zaal zit. En of hij alles wel eerlijk heeft gezegd. Het hele verhaal. Tegen jou. Je hoort de twijfel in de stem van de officier. Ineens gaat het over jou, maar je mag niets zeggen. Je zit te zitten. Meer kun je niet doen.

Je hoort je nieuwe liefde zeggen dat hij inderdaad met zijn vinger naar binnen is geweest. En dat hij dat niet had moeten doen.

Als de officier haar aanloop naar een strafeis neemt, sta je ineens op en verlaat je de rechtszaal. Buiten loop je direct naar de parkeermeter. Een aantal muntjes later keer je terug. De gevolgen van illegaal parkeren heb je keurig netjes weten te voorkomen. Voor jou vandaag geen sancties van Justitie.

Wat je in de rechtszaal niet hebt gehoord, hoor je later pas. Dat de aanstaande vader van je kind wat het Openbaar Ministerie betreft minstens anderhalf jaar de gevangenis in moet. Omdat hij de levens van jonge kinderen onherstelbaar heeft geraakt. Dat hij een behandeling moet krijgen, omdat de kans op herhaling anders onaanvaardbaar groot is.

Daar zit je dan. Verliefd geworden op een man die beweerdelijk zijn twee stiefdochters heeft misbruikt. Gewoon in hun eigen slaapkamertje. In het huis waar ze zich volgens de ongeschreven regels van de samenleving veilig mogen wanen. Door een man die zijn vaderrol misbruikte voor zijn eigen genot.

Je hoort een van de dochters zeggen dat ze haar stiefvader een langzame dood gunt. Dat ze heel graag wil dat hij de pijn voelt die zij dagelijks voelt. Je zegt niets. Je mag niets zeggen. Het is niet je rol. Vandaag ben je de steun en toeverlaat van een man die innig wordt gehaat in de rechtszaal.

Na de rechtszaak loop je niet weg. Je lijkt niet boos. Of verontrust. Je stond voor aanvang van het tribunaal aan de zijde van je nieuwe vriend en je blijft staan. Pal naast hem. Zonder fysieke afstand. Je stapt weer met hem in de auto. Klikt jezelf in de gordel naast hem. Hij rijdt weg.

In het voorbijgaan vangen je ogen nog net de slachtoffers op die ook de rechtbank verlaten. Samen kijken jullie opzij. Twee seconden. Meer is het niet. Jullie zien twee jonge meiden die bang zijn geworden voor het leven. Die mannen bewust mijden. Jullie zien een meisje dat naar eigen zeggen nooit kinderen zal baren, omdat ze veel te bang is dat zij ook door deze hel zullen moeten gaan.

Je kijkt. Tot er niets meer is te zien. Dan ben je weer alleen met je nieuwe liefde.

Ik weet niet wat je nu denkt. Misschien denk je dat het allemaal wel wat meevalt. Dat twee jonge meisjes alles erger hebben gemaakt dan het is. Misschien denk je wel dat hij nu niet meer de vader is die hij ooit was. Dat jij hem kan veranderen. Dat hij al anders is geworden.

Misschien strijk je wel even over je bolle buik. Zoals zwangere moeders overal ter wereld over hun buiken kunnen strijken. Een gebaar van vertrouwen. Rustig maar, mijn kind. Het komt allemaal goed.

Daar zorgt mamma wel voor.


De Nachtmerrie

juni 27, 2014

Mocht u (zoals ik) in het bezit zijn van een prachtige dochter, dan is het wellicht niet raadzaam dit verhaal te lezen.

Dan weet u dat alvast maar even.

Ouders van hele jonge kinderen zitten vanaf het begin in een spagaat. Je wil je kinderen het liefst 24 uur per dag beschermen tegen het kwaad van buiten. Maar je weet ook dat ze zelf de wereld moeten ontdekken. Geen kind gedijt goed in een kooi, ook al is die bedekt met goud.

En zo schipper je als jonge vader tussen beschermen en loslaten. Tussen toekijken en alleen laten. Soms loerend vanuit een hoekje. Soms met pijn in je buik op veel te grote afstand van dat wat je het meest dierbaar is.

Peter is niet anders als andere vaders. Zijn Joyce van vier is hem dierbaar. Maar hij weet ook dat ze met vriendjes en vriendinnetjes moet kunnen spelen. Gewoon op straat voor hun huis.

Op 13 oktober 2013 is dat niet anders. Joyce speelt. Vader laat haar los. Tot hij haar ineens mist. En kijkt. En zoekt. En niet meer zal vinden.

Uren later is daar het verlossende telefoontje. Een onbekende vrouw uit een kilometers ver gelegen naburig dorp belt. Ze heeft een snikkend kind gevonden. Gewoon ergens op straat. Dat heel graag naar huis wilde, maar niet wist hoe ze daar moest komen. En dat ze bij een vreemde meneer in de auto moest stappen. Een meneer die aan haar plassertje had gezeten.

‘Hij was kaal en reed in een zwarte auto. Ik moest zijn piemel in mijn mond doen en doorslikken’

De getuige had bij het aanschouwen van het verdwaalde meisje al zo’n gevoel dat het niet goed zat. Het meisje liep met haar handjes tussen haar beentjes. Alsof ze moest plassen. Ze keek steeds achterom en was in zichzelf aan het praten. Alsof ze in haar eigen wereldje zat.

Een wildvreemde man. Gewoon in Nederland. Die op klaarlichte dag een spelend meisje van vier jaar oud in een auto trekt. Misbruikt. En vijf kilometer verder als gebruikt speelgoed dumpt. Zie maar hoe je thuis komt. Ik vertrek. Mijn lust is weer bevredigd.

Terwijl de vrouw die zich zo liefdevol ontfermt over je dochter praat over wat het meisje allemaal heeft gezegd, voel je de tranen komen. Je huilt. Van ellende. Van onmacht. Van woede.

Daar sta je dan. Als vader. Je kan er niets aan doen. Je deed alles goed. En toch zul je voelen dat je faalde. Weten dat je voor heel even niet de bescherming hebt kunnen bieden die je zo graag haar hele leven lang zou willen bieden.

Nooit meer gewoon een vader op het schoolplein. Voor altijd dé vader.


To Name and to Shame?

juni 3, 2014

De regiopolitie Groningen bracht deze week een opmerkelijk persbericht naar buiten. Over de motorclub No Surrender.

Spannend. Zult u denken. Bende-oorlog. Keiharde strijd om leven en dood. Onderwereld. Zware criminaliteit. Zijn wij eerzame burgers ons leven nog wel zeker?

Helaas. Niets van dit alles. Een lid van de motorclub bleek gearresteerd voor huiselijk geweld. U leest het goed. Huiselijk geweld. Mag niet. Is verboden. Moet ook op zeker afgestraft worden. Maar wat is in hemelsnaam de link met No Surrender?

Op mijn vraag aan de politie kwam op Twitter een antwoord. Er was geen sprake van een fout of een overijverige politie-voorlichter. Het is sinds kort staand beleid. Voor ‘Outlawbikers’ gelden andere regels: Name and Shame:

‪@polgroningen‬
@chrisklomp Dat klopt! Bij Outlawbikers, die in de fout zijn gegaan, geldt een andere beleid: ‘name and shame’.

Ik vind daar wat van.

De politie is geen aanklager. Noch belast met het vaststellen van schuld. De politie moet verdachten vangen en vervolgens op zoek gaan naar de waarheid. Daar mag best over gecommuniceerd worden – graag zelfs –, maar dan moet het wel relevant zijn. Een outlawbiker die tijdens een bende-oorlog een vuurgevecht aangaat met een concurrent: dat is nieuws. En dat mag je rustig melden.

Maar een outlawbiker die zijn handen thuis niet thuis kan houden: dat heeft niets te maken met zijn hobby. Het is niet relevant. Duizenden burgers maken zich wekelijks schuldig aan huiselijk geweld. De politie zal nooit en te nimmer melden dat de verdachte steigerbouwer is. Of timmerman. Zakenman. Of wellicht zelfs onderdeel van de eigen politie-macht.

De politie marchandeert en is selectief. Wat overblijft is louter politiek. Kijk ons eens hard achter de outlawbikers aan jagen. Oke, de daders van bomaanslagen op outlawbikers kunnen we dan niet meteen vinden, maar de motorpiraat met losse handjes thuis hebben we dan mooi maar even te pakken.

Zucht.

Wat ik zelf nog erger vind: wij van de media nemen het bericht klakkeloos over. Stellen geen vragen. Hoppa. Doorpompen met die berichten van de politie. Wat mij betreft moet daar eens een einde aan komen.

Negeer de berichten van de politie. Het is een instrument geworden om politiek te bedrijven. Ga zelf op onderzoek uit.


‘Mamma, ik ben bang’

mei 22, 2014

Soms vraag ik mij af of sommige ouders het wel waard zijn om kinderen te hebben. En dan denk ik er over om een vlammend betoog te schrijven.

Maar laat ik dat maar niet doen.

Het is druk op de Grote Markt in Groningen. De inwoners vieren feest. Een voetbalteam heeft een prestatie geleverd en dat moet gevierd worden. Met overgave.

Er is politie om de been. Omdat sommige supporters van het voetbal nu eenmaal erg emotioneel kunnen reageren. En de vreugde van de een dan ten koste moet gaan van het bezit van een ander.

In een zijstraatje staat een vader tegenover vier politieagenten. Ik weet niet wat hij heeft gedaan en waarom, maar het gesprek verloopt niet prettig. De vader stelt zich op zijn zachtst gezegd defensief op. Hij doet dat blijkbaar zo bedreigend dat een van de agenten hem naar de nek vliegt. Met zijn vieren slaan ze hem in de boeien.

Tot zover is er niets aan de hand. Ook de politie kent de verhuftering in de samenleving. Luisteren naar agenten is anno 2014 voor mietjes. Ook op straat kennen we onze rechten pijnlijk goed en onze plichten een stuk minder.

Helaas is de vader niet alleen. Op enkele meters afstand staat zijn vrouw. Met hun kinderen. Een meisje en een jongetje, ongeveer acht jaar oud, kijken toe hoe hun vader tekeer gaat tegen de agenten. De moeder doet stevig mee. Ze vloekt en tiert. Is buiten zinnen. Op alles en iedereen om haar heen.

De twee kleine kinderen lopen er verloren bij. Ik weet niet wat er door hun hoofden gaat, maar ik hoor het jongste jongetje wel iets zeggen.

‘Mamma, ik ben bang’

De moeder hoort het wel, maar luistert niet. Ze schreeuwt naar het jongetje:

‘IK WEET HET VERDOMME OOK NIET!’

Ze wil naar de politie stappen om een einde te maken aan de in haar ogen belachelijke arrestatie, maar iemand weet haar tegen te houden. Met de kinderen schuift ze steeds iets verder weg van haar man. Het vloeken en tieren stopt niet. Haar wordt groot onrecht aangedaan.

Er wordt tegenwoordig overal zonder blikken of blozen gezegd dat criminaliteit etnisch is. Dat bepaalde landen en culturen nu eenmaal achterlijk zijn. En minderwaardig. En dat we daar de criminaliteit aan te danken hebben.

Hele jonge kinderen zijn sponzen. Of ze nu geel, bruin, zwart of blank zijn. Ouders zijn heilig. Alles wat zij doen is goed. In je jonge jaren vorm je je naar het wereldbeeld van je ouders.

Wat moet je als jochie van acht met een vader die het gezag van de politie niet accepteert? Wat met een moeder die geen bescherming geeft, maar haar panische verontwaardiging boven haar taak van moeder laat gaan?

Wie een school afbreekt, kan van de stenen een gevangenis bouwen. Zegt men wel eens.

Wat mij betreft geldt dat net zozeer voor de opvoeding.


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 15.168 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: